Na de uitvinding van de drukpers was de Bijbel een van de eerste boeken die gedrukt werd. De Hebreeuwse tekst werd al snel ook gedrukt. De eerste volledige gedrukte Bijbel (hoge editie) werd gepubliceerd in 1488 in Noord-Italië, in Soncino, van R.Jozua. Altijd in Italië, in Venetië, er was de drukkerijactiviteit van de Nederlander Daniel Bomberg. De tweede editie van de Bijbel gedrukt door Bomberg in 1524-1525 het brengt ook de masora terug. Deze tekst bleef algemeen gebruikt tot de publicatie van de derde editie van R. Kittel's Biblia Hebraica in 1937.
In de 1522 de Biblia Polyglota Complutensia was ook gepubliceerd (6 volumes) van kardinaal Ximenes de Cisneros, aartsbisschop van Toledo. Voor de AT was de tekst in drie kolommen gerangschikt (Joods, grieks, latino).
De Complutense-tekst verdient de voorkeur boven die van de Bomberg-bijbel, omdat de auteurs oudere manuscripten konden raadplegen. De Masoreten (de naam komt waarschijnlijk van het Hebreeuwse woord masora, “traditie”) het waren geleerden die twee soorten werk aan de tekst deden: ze plaatsten klinkertekens in de tekst en maakten observaties bij individuele woorden of zinnen.

